Dankbaar…


We hadden vanavond een gast te eten en ik heb hem net teruggebracht.

Wanneer ik hem wegbreng, rijd ik eerst door de wijk achter ons huis. Ik rij langzaam want ik wil natuurlijk geen zwalkende dronkelap onder mijn auto hebben. Sommige kindertjes in hele vieze kleren spelen nog rond,  maar de meesten zijn al binnen. Wel zie ik wat oudere meisjes bij een bar staan. Die meisjes werken als verkapte prostituee voor twee zakken suiker of een mooi kledingstuk.  Het feit dat ze er Aids of wat anders mee op kunnen lopen, weerhoud ze er niet echt van.

In dezelfde wijk staat een piepkleine moskee en onze kerk. Ook de Bijbelschool staat er als een soort baken van hoop in deze sloppenwijk.

In mijn Auto zit Humphries. Een jongeman van28 jaar. Hij is opgegroeid ergens tussen Blantyre en Lilongwe en heeft niet veel geluk gehad. Zijn moeder stierf al vroeg en zijn vader liep op een dag het dorp uit en is nooit meer ergens teruggekomen. Hij is dus als wees opgegroeid samen met een jongere broer en een zus. Soms op straat, vaak bij verre familieleden. Hij heeft niet veel liefde gehad in zijn leven.

Deze situatie heeft hem echter wel dieper in Gods handen gedreven. De kerk zag zijn verlangen om te dienen in de kerk en heeft uiteindelijk zijn opleiding betaald voor predikant.  Twee jaar geleden is hij afgestudeerd en hij werkt al sinds een jaar of drie voor Mthenga Wabwino als facilitator. Hij is echter nog steeds niet bevestigd. Want als predikant moet je getrouwd zijn en als wees is het niet makkelijk om te trouwen omdat er geen familieleden zijn die voor je kunnen bemiddelen. Kortom, de situatie is voor hem niet erg makkelijk. Twee jaar afgestudeerd en nog steeds geen gemeente. Wel heeft hij de zorg voor zijn zus en zijn broer nog op de hals. Zijn broer wilde studeren, maar had geen geld en was een beetje stuurloos, wat inmiddels  gelukkig is veranderd. Zijn zus is vroeg getrouwd, maar niet erg gelukkig. Twee kinderen, maar een man die vreemd gaat, haar slaat en veel te veel drinkt.

In de auto spraken we over zijn leven. Hij vertelde me dat het niet altijd makkelijk was, maar dat hij elke avond bad dat God deze situatie wilde gebruiken om hem een man te laten worden die anderen weer kan bemoedigen. Hij gaf aan dat hij erg blij was met zijn leven en dat hij God zo dankbaar was dat God hem gevonden had. We spraken over Romeinen 8:28 waar God belooft dat hij alles gebruikt ten goede voor hen die hem liefhebben.

Hij is echt een bemoediging voor mij. Daarnaast houdt hij me een spiegel voor hoe we om kunnen en moeten gaan met onze uitdagingen in het leven.

We nemen afscheid en ik keer de auto. Ik rij weer terug door de weg, krijg toch nog bijna een dronken sloeber onder mijn auto en zie dat een andere groep opgeschoten jongens een kapotte auto probeert aan te duwen. Een fles bier in een hand, de andere hand aan de auto.

Ik rij weer terug naar mijn huis waar een lieve vrouw en twee dochters wachten. ‘k Kan mijn geluk niet op!